| |
 |
 Oneerbiedig
|
03 Mei 2012 | 13:59:46
 |
| Als ik één vraag aan God mocht stellen, wat zou dat dan zijn? Die vraag kreeg ik pas. Ik kon geen antwoord bedenken. Ik heb geen antwoorden nodig van God. Ik heb het allemaal wel op een rijtje. Geloven is geloven. Theoretisch gezien dan.
Ik heb best wel een goed geloof dus eigenlijk wel een beetje min of meer. Dus. Maar dan het liefst wel een beetje best wel heel erg gewoon op mijn eigen manier. Ik geloof wat er in de Bijbel staat, ja, dat doe ik. Maar de Bijbel lezen, bidden, naar de kerk gaan, een christelijke levenswijze nastreven? Past niet bij mij. Ik ben een intellectueel, ik ben geneigd om alles wat er in de Bijbel staat te interpreteren in mijn eigen postmoderne denkkader. En ik zou absoluut vermijden om ooit iets zo te interpreteren dat ik er iemand mee tegen de borst zou kunnen stoten.
Misschien heb ik toch een vraag voor God. Waar bent U in godsnaam? Wat doe ik toch fout? Ook al past het niet bij me, ik bid wel degelijk, ik ga ook naar de kerk, ik volg een kring en ik lees zelfs uit de Bijbel en bereid studies voor. Waarom ben ik dan geen christen? Waarom voel ik mij geen christen? Is dat omdat ik alles zo interpreteer dat het voor mij te verenigen is met waarden als liefde, rechtvaardigheid en gelijkheid? Omdat ik God niet op de eerste plaats in mijn leven durf te zetten (wat ik niet durf omdat Hij altijd zo ver weg is en ik niet op Hem kan vertrouwen omdat Hij toch wel lekker Zijn eigen plan trekt en omdat ik andere dingen belangrijker vind omdat ze wat directere, concretere gevolgen voor mijn leven hebben en en en...) Klinkt wel als een logische verklaring he. Ik zet God niet op de eerste plek, ik verwacht het van mezelf. Dan denkt God natuurlijk: ja, zoek het dan maar lekker in je eentje uit ook. |
|
|
 |
 |
 To dig or not to dig?
|
03 April 2012 | 11:08:02
 |
| Moet ik nog dieper graven? Is het nodig dat ik mijn diepste onacceptabele impulsen toevertrouw aan de anonimiteit van het internet? Of zelfs maar aan dit digitale velletje papier? Wanneer is het genoeg? Kan ik leven met mijn impulsen, zonder ze hardop te erkennen? Blokkeren ze me onbewust in mijn functioneren?
Wetenschappelijk benaderen maar. Volgens de psychoanalytische opvatting heb ik last van een onuitgesproken, onderbewust, onopgelost conflict uit mijn kindertijd, waarschijnlijk uit de fallische fase van mijn ontwikkeling. Volgens mister Freud moet ik dit conflict doorleven teneinde catharsis te bereiken en mijn persoonlijkheid te complementeren. Volgens de cognitieve benadering hoef ik alleen te dealen met maladaptieve cognities die mijn functioneren beperken. Focussen op de problemen in het hier en nu. De vraag is dus: heb ik last van dit conflict? Heb ik last van verstoord denken veroorzaakt door vroegkinderlijke trauma’s?
Soms wou ik dat ik knap was, en niet zo slim. Of in ieder geval dat ik geen psychologie studeerde. Sta mij deze arrogante gedachte toe: kennis vermeerdert smart. Waarom zou een mens moeten nadenken over wat hij zichzelf toe zou moeten staan om over na te denken? Waarom heb ik zoveel controle dat ik kan kiezen of ik deze dingen ga voelen of niet? Ik mis een bepaald kernelement van depressie, namelijk dat ik mij slachtoffer voel van mijn omgeving en van mezelf. Ik ben namelijk compleet in control. Weinig gebeurt mij zonder dat ik het bewust toesta. Overschat ik mezelf nu, of is het waar dat ik de keuze heb gemaakt om toe te geven aan een depressie?
Ik heb dus een keuze: to dig, or not to dig? De vraag is: is het nodig? Heb ik er last van? Of heb ik alleen last van het feit dat ik me afvraag of ik er last van heb? Misschien is het puur perfectionisme dat ik toepas op mijn therapie. Dat ik niet wil opgeven voor ik mezelf helemaal heb uitgegraven. Ik weet het niet. De tijd zal het leren.
|
|
|
 |
 Mediator
|
02 April 2012 | 16:08:10
 |
| It’s all coming back. The day my mother asked whether we missed our father, and we lied to her we did. What if we hadn’t? Was our answer critical in her dilemma? Would she use it as an excuse to abandon him? So that she could say she had done it for the children? I don’t know, but I remember that it felt like that. We had to think very carefully about our answer. So we lied.
Of course we didn’t miss him. I can imagine it must have been a relieve to us that he went away. Living with him was like walking on the edge of a knife. You never knew what would make him burst out in anger. I was scared. And responsible. I regulated the behavior of my annoying brother. I warned my sister subtly when she was talking too loud. When they cried, I comforted them, I wouldn’t burden my parents with their grief. It felt as if I was the only one who knew how to behave around him. Even my mother was reckless in my eyes. I thought I could protect them against him. If I would warn them or distract them, I could make their behavior bearable to my terrifying father.
I do not remember very much. Sometimes things come back. Last year during a seminar about the wounds of our past, at once I remembered a time when I intercepted a punch meant for my brother. We were in the car and my brother was making noise. Without warning, my father punched at the backseat. Were I sat. After that, silence. All the way to home. Strangely enough, my sister remembers that she received the blow, not me. I don’t know what is true. I can imagine that my mind has changed the memory to fit with how I felt everything else: that I was the one that stood between my father and the rest.
|
|
|
 |
 Aan mama
|
28 Maart 2012 | 16:49:57
 |
| Mum,
You have done the best you could. Admiration surrounds you like an aureola, and it should. You are a very strong woman, to have born the possible death of your husband, your son, your second daughter and your first daugter (me). To have born the diseases, the insanity, the possible suicides. To have walked on the very tips of the nails of your toes of your robust body.
But. When you took care of dad, of sis and bro, I took care of you. Only when the insanity finally caught up with me, you came to stand by me. But too late. I have always done everything completely by myself. You didn't learn me how to trust another. You didn't learn me how to really open up myself. I fought to be a good girl, and I was, and I am. My merit was and is that I don't need you. My intellect, my intelligence, my indepedence; those are my service to you.
There was an intermezzo in which I really needed someone. I failed to trust myself, my mind and body started betraying me. But I could not. I had never learned how to ask help. So what did I do? I threw everything I had at the feet of Rock. I clung unto him. I submerged him. I dissolved him. My despair made me burn him up inside. Okay, this didn't work. So what next? When I started feeling better, it was easy to turn my steps unto the old way. Doing it myself. And now, as a young adult, I still haven't found the balance.
I don't blame you. I don't. How could you have done otherwise? The burden was too heavy. But mum, if you would just acknowledge that you wronged me. If you would just be able to turn your gaze away from your self-pity, your fear to have failed as a mother, if you would turn your gaze to me... Mum, after all these years, it is getting about time to see me for the first time.If you would just see, really see, me.
I would forgive you. |
|
|
 |
 Miltzucht
|
19 Maart 2012 | 14:04:59
 |
| Ik wou dat ik twee hondjes was
Dan kon ik samen spelen
Godfried Bomans |
|
|
 |
 Fenomenologie van de eenzaamheid
|
08 Maart 2012 | 11:23:51
 |
| Dan nu de essentie van de eenzaamheid: het fenomenologische aspect. Eenzaamheid is per definitie een ervaring en is dus eigenlijk alleen vanuit dit perspectief op zinvolle wijze te beschrijven. Het mag dan minder vatbaar zijn voor logica en wetmatigheden, het is wel het meest betekenisvol.Het meest saillante aspect van eenzaamheid is hoe het voelt.
Eenzaamheid voelt als een gat. Niet een gaatje in je hart, eerder een gat in je borst en buik. Of alsof je zelf een gat bent in de ruimte. Eenzaamheid voelt als niet bestaan. Je voelt je niet gewoon klein, je voelt je niets. Alsof je weg kunt waaien. Eenzaamheid voelt als jezelf opkrullen in een hoekje, verlangend naar de ander, maar tegelijkertijd bang voor wat de ander je aan kan doen. Eenzaamheid is verscheurend. Je wilt je lichaam openscheuren, zodat je geest naar buiten kan vliegen, om andere geesten aan te raken.
Eenzaamheid is het gevoel dat je niemand kunt aanraken. Dat je praat tegen een muur en dat niets ooit aankomt bij een ander. Dat niks van wat een ander zegt, klopt. Het is wantrouwen en kritiek. Je weet wel: don't you tell me how I feel. You don't know just how I feel. Onveiligheid. Onbegrepenheid. Zelfs lichamelijk contact voelt alsof er een muur tussen je instaat.
Je hart krimpt ineen. Je lichaam tintelt en je durft niet in te ademen. Je ogen branden, maar je kunt niet huilen. Je voelt je leeg. Je wilt opgaan in een ander. Je wilt opgevuld worden door een ander. Maar je voelt je dood voor de ander.
En dan dat gekke fenomeen waarbij je je simpelweg dissocieert van de wereld. Waarbij je wegkruipt in dat donkere hoekje in je achterhoofd waar niemand je kan volgen. Je wil zo graag dat de ander in je hoofd kruipt. Maar je verstopt je. Je maakt het jezelf onmogelijk om te spreken of te bewegen. Het is angst. Als je openstelt, zul je worden gekwetst door onbegrip. Dus trek je je terug. En niemand, ook je beste vrienden Rots, Bloem en Vlinder kunnen je niet terughalen. Alleen jijzelf. Als je weer klaar bent om gekwetst te worden en met je eenzaamheid terug de wereld in te treden. |
|
|
 |
 Existentiële eenzaamheid
|
29 Februari 2012 | 16:42:36
 |
| Ik ga er een drieluik van maken. Een drieluik over eenzaamheid. De vorige belichtte een sociaal-maatschappelijk perspectief. Nu volgt een filosofisch perspectief en de volgende keer zal ik het onderwerp vanuit een fenomenologisch oogpunt belichten.
Vergeef me mijn cognitivisme. Ik weet geen andere wijze om om te gaan met het leed dat emotie heet.
Eenzaamheid is een basaal gegeven van het bestaan. Vanwege de uniciteit van ieder mens is er geen gemeenschappelijkheid. We kunnen ons nooit verplaatsen in de ander. We kunnen nooit samensmelten met de ander. Onze individualiteit impliceert noodzakelijkerwijs eenzaamheid.
Lezers met een filosofische inslag zullen mij prompt veroordelen als ouderwetse solipsist. En wijzen op het privétaal argument van Wittgenstein en het analogieprobleem van Malcolm. We moeten het eerste persoonsperspectief laten voor wat het is en starten vanuit het tweede persoonsperspectief. De taal heeft alleen betekenis in relatie tot de ander. Ik heb alleen betekenis in relatie tot de ander. Levinas: wij bestaan doordat wij aangekeken worden door andere wezens. Wij kunnen anderen niet begrijpen vanuit onszelf, en daarom moeten wij anderen begrijpen vanuit het samen. Vanuit de taal, vanuit het contact.
Mooie woorden. Geen implicaties. Ik ben in die zin inderdaad ouderwets: ik geloof in een werkelijkheid onafhankelijk van de taal, onafhankelijk van een subject dat iets gelooft over de werkelijkheid. Ik geloof in mijn zijn onafhankelijk van de ander. En ik geloof in mijn eigenheid, die weliswaar epistemologisch niet kenbaar is, maar wel bestaat. En omdat ik dat geloof, is het intersubjectieve geen oplossing. Het intersubjectieve raakt het innerlijk niet. Het Ik laat zich niet beschrijven in de taal.
Het feit dat ik geloof in een Ik en dat ik geloof dat mijn Ik niet kenbaar is voor anderen, ben ik eenzaam. Essentieel eenzaam: fundamenteel en onontkoombaar. Existentieel eenzaam: 'ik sta buiten' betekent dat. Iedereen staat buiten. Ik heb geen bewijs voor dit argument: existentiële eenzaamheid staat of valt met de aanname dat er een werkelijkheid bestaat los van de taal. Het hangt er vanaf of je bereid bent om het privétaalargument als zodanig te aanvaarden. Maar als je dat niet doet, ben je deductief en noodzakelijkerwijs veroordeeld tot existentiële eenzaamheid. |
|
|
 |
 Zelf gewilde eenzaamheid
|
20 Februari 2012 | 21:15:14
 |
| Wat is het hoogste menselijke ideaal? Wat is de zin van het bestaan? Waartoe zijn wij hier op aard? Ik denk dat de meeste mensen een antwoord ergens in de richting van rechtvaardigheid, liefde of zorg. Allemaal relationele concepten. We zijn immers Sociale Dieren. De ander geeft ons betekenis.
We zijn een collectief. Altijd samen en voor elkaar, ook al is het uit eigenbelang. Communisme is logisch. Dan heb je natuurlijk klojo's die zelfs de beste concepten kunnen verklojo-en. En dan krijg je liberalisme. En niemand bemoeit zich meer met elkaar, we willen immers vrij zijn. En dan de uitvinding die iedere menselijke communicatie onmogelijk heeft gemaakt: postmodernistisch existentialisme. L'enfer, c'est les autres. How wrong could one be?
We zijn veroordeeld tot een zelf gewild en zelf veroorzaakt solipsisme. Niemand kan de ander nog begrijpen. Alles is subjectief. Alles is 'dat-is-dan-jouw-mening.' Eenzaamheid tot en met. We laten elkaar met rust. Ook al wil niemand ooit met rust gelaten worden.
En dat merk je pas echt op die momenten dat je de ander nodig hebt. Dat je luistert naar je evolutionair en genetisch gepredisposeerde neiging om je over te laten aan de zorgen van anderen. En dan merk je dat we onszelf alle mogelijkheid op communicatie hebben ontnomen. Dat niemand ons nog begrijpt. Dat niemand beschikbaar is. |
|
|
 |
 Prediker
|
13 Februari 2012 | 12:12:52
 |
| Enthousiasme is een onbetaalbaar goed. Interesse is de remedie tegen ieder verval. Prediker 1: 18: kennis vermeerdert smart. Ongetwijfeld. Maar stréven naar kennis, stréven naar wijsheid. Dat zou Salomo toch moeten weten. Hij vroeg wijsheid, hij kreeg de wereld. Kon ik maar streven. Kon ik maar iets willen. Kon ik maar enige belangstelling opbrengen voor de rest van mijn leven; was ik maar verschillig voor iets, wat dan ook.
5 Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten. 6 Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon.
7 Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. 8 Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. 9 Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. 10 Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg. 11 Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval. 12 Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.
Prediker 9
Die gast wist waar hij het over had. Het bestaan is zinloos, binnen een oogwenk ga je dood. Dus geniet. En doe wat je doet met overgave. Mee eens. Maar hoe? Als het loon van God is dat je geniet van je vluchtige bestaan, en je krijgt dat loon niet, wat blijft er dan over? Als we volgens de regels der hermeneutiek dit bijbelgedeelte bestuderen, denk ik dat we kunnen stellen dat het enige dat overblijft is: Zwoegen. Zwoegen en wachten op de dood, die komt als een verraderlijk klapnet. We zijn overgeleverd aan het lot. Wat we doen, maakt geen verschil. Genot is de enige zin van het leven.
Kortom. Mijn bestaan is van alle verschilligheid beroofd. |
|
|
|
|
|